
Opgericht in 1918 ontwikkelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest
zich onder Eduard Flipse tot een toonaangevend orkest. Internationaal
aanzien verwierf het orkest in de jaren zeventig met Edo de Waart, mede
dankzij een reeks zeer succesvolle tournees en plaatopnamen. Een nieuwe
bloeiperiode brak aan met Valery Gergiev, chef-dirigent van 1995 tot
en met 2008. Met ingang van seizoen 2008/2009 staat het Rotterdams Philharmonisch
onder leiding van Yannick Nézet-Séguin.

Sinds zijn begindagen stelt het orkest zich ten doel symfonische muziek
bereikbaar te maken voor een breed publiek. In 1930 begon het met een
reeks kinderconcerten, die uitgroeide tot een veelgeprezen educatief
programma. Ook de laagdrempelige promenadeconcerten (waarmee het Rotterdams
Philharmonisch in 1962 het eerste orkest op het vasteland van Europa
was) behoren tot de vaste activiteiten van het orkest. Het multidisciplinaire
Gergiev Festival Rotterdam, dat het orkest en Valery Gergiev in 1996
initieerden, is inmiddels een begrip in binnen- en buitenland.
Het Rotterdams Philharmonisch voert niet alleen het traditionele symfonische
repertoire uit, maar speelt ook graag nieuwe en niet-klassieke muziek.
Opera heeft een bijzondere plaats. Onder leiding van dirigenten als
Valery Gergiev, Sir Simon Rattle en Mstislav Rostropovitsj werkte het
orkest mee aan tal van gedenkwaardige producties. Zo schreef het Rotterdams
Philharmonisch geschiedenis met de wereldpremière van Schnittkes Life
with an Idiot bij De Nederlandse Opera, en met Wagners Tristan und Isolde
met videokunst van Bill Viola in het Gergiev Festival 2007.
Thuisbasis van het Rotterdams Philharmonisch is concertgebouw de Doelen,
waar het jaarlijks ruim 110.000 bezoekers trekt – onder wie een fors
aantal jongeren. Maar het orkest is ook regelmatig op andere locaties
te horen, zowel in de Rotterdamse wijkgebouwen als op de belangrijkste
podia in binnen- en buitenland.